Blogs

BEN IK DE ENIGE BIJ WIE WINKELEN ALTIJD RESULTEERT IN EEN RAMP?

Winkelen met kinderen, oftewel zelfkastijding. Net wanneer ik een leuk shirtje in mijn maat in m’n handen hebt, breekt de pleuris uit. Rondvliegende sieraden, een speen die onder een display tafel rolt, een wegrennend kind met-trui-in-hand waardoor het alarm af gaat, boze bewakers én winkelpersoneel. Ik hang dat shirtje zo snel als ik kan terug, roep nog even “Sorry dat ik besta!” en vlucht naar huis. Waarom probeer ik het iedere keer opnieuw?

Geen idee, waarschijnlijk ben ik hardleers. Ik zie andere moeders namelijk wel met kinderen winkelen. Hebben zij hun koters misschien gehypnotiseerd? Zodra ik al dénk aan winkelen, beginnen de mijne namelijk al te schreeuwen.

De weg naar de winkels toe is al lastig genoeg. Vol met brandweerwagens, auto’s, treinen en paarden met flikkerende lampjes en aantrekkelijke (naar de mening van mijn kinderen) muziekjes. “Nee, we -ik zeg altijd we, soms lijk ik net een agent.. oh wacht…- moeten alleen maar even naar de winkel voor mama.” De weg naar de winkels toe lijkt wel een obstakel run. Zonder medaille aan het eind dan.

Eenmaal overleefd tot aan de winkel, begint het protest. Blijkbaar raakt de feng shui, yang yang, aardstraling, of wat dan ook, van mijn mannen compleet in de war zodra die twee een winkel binnen komen. “Deze winkel is stom!” zegt de een, en de ander die nog niet kan praten, althans niet verstaanbaar, begint gewoon te gillen alsof ik hem zojuist gekidnapt heb. Op mijn gemak (NOT) kijk ik in de rekken. Ondertussen scan ik steeds om me heen of ze nog in de buurt zijn. Die drang om bij elkaar te blijven, lijken zij niet te hebben. Steeds weer een overslaand hart als ik één van de twee niet zie. Sjonge jonge, “mama mag toch ook wel eens nieuwe kleren”, roep ik vol zelfmedelijden. Maar die twee tornado’s zijn niet onder de indruk.

“Als jullie lief zijn, kijken we ook op de kinderafdeling”. Dit kan ik net zo goed tegen de etalagepop zeggen, want voor twee jongens is dit dus blijkbaar geen chantagemateriaal. Die willen helemaal niet winkelen, althans niet in kledingwinkels. Zwetend maneuvreer ik me door de winkel. M’n kinderwagen (leeg, want daar wil je blijkbaar na je eerste verjaardag niet meer in gezien worden) die met z’n wiel steeds achter een rek blijft hangen, m’n beltoon uit m’n tas, een peuter die een telefoonhoesje met konijnenoren uit de verpakking probeert te bevrijden, een weglopende dreumes met kroketten in z’n oren die als ik hem vang spontaan begint te planken. Terwijl ik iedereen bijeen probeer te houden, zegt de oudste nog even, veelte hard, om het moment compleet te maken: “Die mevrouw lijkt wel een meneer, mama?”. Oké, that’s it. Toedeledokie, ik ben weg! Weet je, ik doe vanavond wel een online poging. Tenzij ik in slaap val op de bank.